
De donkere kant
Huisvriend Frits van Lijf beweert dat er een duidelijke scheiding gemaakt moet worden tussen Leo Riemens als persoon en zijn werk als discotecaris, verzamelaar en operajournalist, wil men het zicht niet verliezen op de invloed die Leo gehad heeft op het culturele leven. Ontegenzeglijk heeft hij - zoals we reeds aan de hand van zijn uitgaven besproken hebben - veel bijgedragen aan een beter inzicht in het operagebeuren en het leven van reeds heengegane vertegenwoordigers van het belcanto. Leo Riemens bleef echter een controversieel iemand, die weinig vrienden had, maar des te meer conflicten kende. Bij het grote luisterpubliek heeft Leo gedurende de tweede helft van zijn leven toch indruk gemaakt, ook al waren er altijd vage geruchten over zijn oorlogsverleden. Zolang Riemens aan de twee operaclubs van het Zuiden verbonden is geweest, hebben de liefhebbers altijd met veel ontzag naar hem opgekeken en bleef men tijdens zijn lezingen steevast aan zijn lippen hangen. Ieder mens draagt in zijn persoonlijkheid een donkere plek mee, waar al de frustraties, verdriet en opgekropte woede een plaats krijgen. Daarheen verhuizen ook de gebeurtenissen die we het liefst vergeten.
Leo Riemens heeft in zijn jeugd beslissingen genomen, waarmee hij op latere leeftijd liever niet geconfronteerd wilde worden. Beslissingen die ons vandaag onbegrijpelijk schijnen. "Wie de neiging krijgt iemand met de vinger na te wijzen, worde verzocht bij zichzelf te rade te gaan wat hij zelf in een vergelijkbare situatie zou hebben gedaan- of misschien zelfs, op een heel ander vlak, al gedaan heeft".
Indrukwekkende woorden van Dick Verkijk, [ schrijver van het boek Radio Hilversum 1940-1945. De omroep in de oorlog. 1974. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam (pag. 14). Dit boek handelt over de omroep in Nederland tijdens de bezettingsjaren en geeft onverbloemd een inkijk in het beleid van de omroepen en hun medewerkers. In het tweede deel 'De Nederlandsche Omroep' lezen we in kapittel 3 blz. 329 en verder: 'Een van de euvelen van de dictatuurstaat is dat de leiding zichzelf afsnijdt van haar onderdanen. Waar op spreken de doodstraf staat achten velen zwijgen geboden. Ook vrij kritiek op de omroep was uiteraard in de bezettingstijd uitgesloten, maar bij de leiding bestond toch de behoefte om te weten hoe de programma's overkwamen. Daarom werd herfst 1941 het instituut 'Luisterposten'gecreëerd. Een 'Luisterpost' was een door de Nederlandsche Omroep betaalde 'Leek-Criticus', 'die zijn algemeene indrukken van een uitzending, gezien van het standpunt van den gemiddelden, beschaafden luisteraar, in een gefundeerd rapport moet vastleggen.'...Ook Leo Riemens, die we in een ander verband nog zullen ontmoeten, was jarenlang een zeer trouwe Luisterpost.
In hoofdstuk 44. Galerij der opmerkelijken, staat op blz. 660 en verder: 'Drie weken na de capitulatie, op 3 juni 1940, houdt Riemens zijn eerste 'discocauserie' in bezettingstijd- op dezelfde voet als voor de oorlog en voor dezelfde omroepvereniging, de Avro, waarvan hij al sinds 1935 los medewerker is. Na juni 1940 komt hij in grotere regelmaat voor de microfoon en is intussen muziekrecensent van NBS-blad Volk en Vaderland geworden. Dat duurt maar een paar maanden, want na de nazificatie komt hij, zoals al werd vermeld, in vaste dienst van de Nederlandsche Omroep als 'luisterpost'. Toen hem na een jaar, in februari 1943, door de Nederlandsche Omroep 'werd medegedeeld dat zijn contract niet werd verlengd, maar werd omgezet in freelance medewerking, van zestien uur luisteren voor f. 40,- per week, heeft Riemens de 'bemiddeling' ingeroepen van Van Gorkum van de RBS voor meer werk bij de omroep. 'Es wird dafür gesorgt', zo liet Van Gorkum Leo Riemens weten 'dass Ihre Aufgaben auf diesem Gebiet [als luisterpost, D.V.] entweder stark reduziert oder ganz aufgehoben werden und Sie als Ersatz dafür in geeigneter Weize zu produktiver Arbeit an den Programmen de ernsten Musik herangezogen werden'... Van Duitse kant heeft men groot vertrouwen in Riemens. Als in de tweede helft van juli 1942 de Festspiele van Bayreuth zullen worden gehouden, stelt Van Gorkum de programmaraad voor Leo Riemens hierover een causerie te laten houden waarbij hij 'vooral op het sociale element' van deze 'Spiele' dient te wijzen, zoals het feit dat ze 'alleen toegankelijk voor oorlogsinvaliden en arbeiders 'zijn. Riemens is ook de man, die vele reportages wijdt aan de operavoorstellingen van het 'Deutsches Theater in de Niederlanden'. Bij zijn programma over de uitvoering van de opera Sly van Wolf-Ferran door dat theater schrijft Riemens in De Luistergids: 'De merkwaardige operatoestanden die tot voor kort hier te lande heerschten zijn oorzaak, dat wij met dit werk kennis maken volle 16 jaar nadat het zijn eerste uitvoeringen in Italië en Duitschland beleefde'. In het winterseizoen 1942/43 verzorgt hij samen met jkvr. Henriëtte van Lennep, vaste medewerkster van 'De Schouw', een serie over muziekinstrumenten op Zondagen, waarbij hij toelichtende artikelen in De Luistergids schrijft. November 1943 wordt hij bij de afdeling muziek van Goedewaagens Departement van Volksvoorlichting en Kunsten aangesteld. Loco-secretaris De Ranitz laat Herweijer dan weten dat Riemens nog wel opera-causerieën mag houden ('twee maal per maand'), maar ze mogen 'uitsluitend een voorlichtend karakter dragen' omdat leveren van kritiek in recensievorm' vanzelfsprekend niet in overeenstemming met zijn nieuwe functie is'.
Riemens blijft de omroep tot het (feitelijke) eind trouw en tot het eind blijft hij de voorstellingen van het Deutsches Theater bespreken.
Riemens placht af en toe in zijn zwarte NSB-pak de studio te betreden en droeg een NSB-speld met gouden rand, wat inhield dat hij een, wat de Duitsers noemen, 'Altkämpfer'was.
Leo Riemens heeft ook, zo zegt hij, in zijn programma's getracht de censuur te omzeilen 'door Engelse en Amerikaanse zangers voor Ieren te doen doorgaan (die wel geoorloofd waren)' Ook draaide hij wel 'fragmenten van Meyerbeer zonder de naam van de componist te noemen'.
Zijn bezetenheid voor opera's zal Riemens politiek wel met blindheid geslagen hebben. In het speciale omroepnummer van het nationaal-socialistische 'cultuurblad' De Schouw van augustus 1944, waaruit al eerder is geciteerd, heeft Riemens het over 'Het onopgeloste probleem der Radio-opera's - de zojuist geslaagde geallieerde doorbraak aan het invasiefront in gedachten houdend, inderdaad een heet hangijzer... Hierin vergelijkt Riemens de horde 'luisteraars' die hun toestel den ganschen dag aan hebben staan 'met de 'doorgewinterde opera-enthousiasten' die selectief luisteren en die gelukkig ook aan hun trekken komen. Want 'we zijn de tijden te boven dat de stomme meerderheid het voor het zeggen had'. Maar misschien maken we ons druk om niets, want straks komt de televisie-opera. 'Het is (met de ontwikkeling van de techniek) stellig niet te optimistisch om aan te nemen, dat vijf jaar na de oorlog de radio geheel door de televisie zal zijn vervangen, en daarmee het zorgvuldig uitgebroede gewrocht der radio-opera naar hetzelfde archief zal worden verwezen waarin de zwijgende film verdween. In dit opzicht heeft hij in grote trekken gelijk gekregen'.. Einde citaat.
Ter afsluiting van mijn beschouwing over de operajournalist Leo Riemens, wil ik hemzelf aan het woord laten. In de jaren '70 heeft Leo persoonlijke gedachten toevertrouwd aan twintig velletjes papier. Eens te meer blijkt hier hoezeer hij hechtte aan schoonheid en mooie herinneringen. Overtuigd als hij was, dat met hem deze zouden sterven, wilde hij iets daarvan voor het nageslacht vastleggen. Bij het lezen van deze ontboezemingen behoeft men geen psycholoog te zijn om een en ander te begrijpen. Riemens verkoos dat neer te schrijven, wat hem het belangrijkst toescheen. De rest is eveneens historie en blijft onuitgesproken.
De herinneringen van Leo Riemens zijn het enige autobiografische werk van zijn hand en naast publicatie in een niet verspreid boekwerk nog nooit aan een groter publiek bekend gemaakt.
De primeur zal verschijnen op een daartoe in het leven te roepen website.
https://www.herinneringen-leo-riemens.webnode.nl